In alle culturen en tijden vertellen mensen elkaar verhalen. Bij een verhaal zijn zowel de verteller als de luisteraar betrokken. De verteller creëert de ervaring, en de luisteraar beleeft het verhaal in zijn of haar verbeelding. Persoonlijke verhalen laten de luisteraar even een ander leven beleven, een leven dat door andere omstandigheden en keuzes is ontstaan. Stichting Verhalis wil met audiovisuele middelen verhalen vastleggen om ze voor volgende generaties te bewaren.
In het weekeind van 12 en 13 september 2009 had in de wijk Belcrum in Breda het buurtkunstfestival Belcrum Breda plaats. Met “Expeditie Belcrum, een cultureel avontuur” werd de wijk Belcrum in Breda voor het vierde jaar omgetoverd in een smeltkroes voor uiteenlopende kunstvormen, zowel podium- als beeldende kunsten. De vierde editie stond in het teken van het Industrieel en Cultureel Erfgoed in Via Breda.
Met de Verhalismachine konden verhalen ‘rondom wonen en werken in de Belcrum’ worden opgenomen.
De opgenomen verhalenkunt u via de site van Verhalis bekijken.
Een wandeling door wat je het hart van de Belcrum zou kunnen noemen. Zo op het eerste gezicht lijkt het daar misschien niet op. Maar toch ligt hier in dit voormalige havengebied de kiem van het industriegebied en dus van het industrieel erfgoed in dit deel van de stad.
Nadat de gemeente Breda in 1917 de Belcrumpolder had gekocht, duurde het nog bijna tien jaar tot het gebied tot ontwikkeling kwam. De economische crisis van het begin van de jaren twintig - nu bijna vergeten omdat ze overschaduwd werd door de depressie van de jaren dertig - zorgde ervoor dat niemand belangstelling had voor het nieuwe industrieterrein.
Pas in 1926 werd de ban gebroken toen de R.K. Baroniesche Land- en Tuinbouwvereeniging zich er vestigde. Meteen volgden groothandels in groente en fruit, jam- en limonadefabriekjes en weldra zagen ook andere bedrijven de voordelen van de gunstige ligging aan het spoor en het water.
De veiling en de haven zijn verdwenen maar de sporen van de bedrijvigheid van vroeger zijn nog overal te vinden. We hebben er een paar voor u uitgelicht en ter plekke zijn er mensen die u van meer informatie kunnen voorzien. En zelf kunt u ook iets doen: proberen te bedenken hoe het was om te wonen en te werken in deze wijk. Destijds geïsoleerd van de rest van Breda door de spoorlijn. In de herfst met de geur - tegenwoordig zeggen we stank – van de suikerfabriek of als in de rest van het jaar de wind uit de andere kant waaide van de suikergoedfabriek de Faam, van de ijzergieterij Touw of zelfs van de brouwerij De Drie Hoefijzers.

Dit kantoorgebouw is oorspronkelijk gebouwd voor de Rotterdamse Handelsmaatschappij R.S. Stokvis & Zonen. Het bedrijf handelde in ijzerwaren en later ook in consumentenproducten, zoals de legendarische Solex-bromfiets die in 1946 werd geïntroduceerd. Deze brommer was eenvoudig en goedkoop en vormde zo een betaalbare luxe in de tijd van de naoorloogse wederopbouw. Ook de fietsen van Union en het eigen radiomerk Erres (van ‘R.S.’ Stokvis) waren degelijke en betaalbare producten waaraan in die tijd veel behoefte was. Oorspronkelijk stond het Breda filiaal van Stokvis aan de Markkade, maar in 1947 werd besloten om aan de Speelhuislaan een kantoorgebouw met vijf loodsen en een garage met directeurswoning te bouwen. Maar zo kort na de Tweede Wereldoorlog heerste er een enorme schaarste aan bouwmaterialen. Er konden niet meer dan drie loodsen worden gebouwd en voor de directiewoning en de garage kon Stokvis helemaal geen bouwmaterialen krijgen. Op het kantoorgebouw werd echter niet bezuinigd: architect ir. H. Geistdorfer uit Rotterdam wist wat dat betreft van geen wijken: hij was niet bereid wijzigingen aan te brengen in het ontwerp van de gevel. Hij had namelijk het hoofdkantoor van Stokvis in Rotterdam, dat ook door hem was ontworpen, als voorbeeld genomen.
In 1955 konden de twee ontbrekende loodsen alsnog worden gebouwd. Hierin is nu de Harense Smid gevestigd. De andere loodsen zijn in 1979 gesloopt: waar ze stonden, loopt nu de Belcrumweg. Het kantoorgebouw is voor een groot deel nog in zijn oorspronkelijke staat. Dat geldt bijvoorbeeld voor de ijzeren ramen. Het lijkt een detail, maar stel je eens voor dat ze net als de voordeur waren vervangen door kunststof ramen.
Het kantoor van Lode Havermans architecten verlaten we en we slaan linksaf. Vervolgens lopen we weer naar links de Belcrumweg in. Dit is het gedeelte dat in 1970 werd aangelegd nadat de loodsen van Stokvis die daar stonden, waren afgebroken. Links zien we de Harense Smid in de voormalige loodsen van Stokvis. We volgen de weg die een beetje naar links afbuigt en lopen door tot we bij huisnummer 46 komen. De panden vanaf dit nummer tot nummer 24 werden vroeger voornamelijk bewoond door handelaren in groente en fruit. Tegenover deze huizen zien we nu een supermarkt en een pompstation, maar vroeger was hier de veiling waar groente en fruit uit de omgeving van Breda werden verhandeld. Toen de veiling in 1927 in gebruik werd genomen liet groentenhandelaar J.M. Aartsen het huis op nr. 24 bouwen en op nr. 32 bouwde de firma C. van Hoeckel een fruitpakhuis. Grote pakhuizen zijn het niet, maar groente en fruit werden toen niet lang bewaard, behalve als het om geïmporteerd fruit ging. Bananen bijvoorbeeld, waren nog groen als ze in Nederland aankwamen en ze werden hier opgeslagen om verder te rijpen. Ook in Breda: in 1929 liet Van Hoeckel op nr. 30 een bananenrijpinrichting bouwen. De groene bananen werden via de haven aangevoerd en werden te rijpen gelegd in de ruimte die nu dienst doet als winkel. Met luiken in de muren werd op een eenvoudige manier het klimaat geregeld. De luiken zijn nog te zien. Misschien vindt de eigenaar het goed dat u even binnen kijkt. En als u niet naar binnen gaat: de gevel is een mooi voorbeeld van de stijl van de Amsterdamse School: creatief gebruik van baksteen. Het is geen ‘monumentaal’ pand, maar wel de moeite waard als voorbeeld van de aandacht die een architect, in dit geval P.N. Verkuijlen, aan iets nederigs als een pakhuis voor bananen besteedde.
De panden aan de Belcrumweg 36 tot en met 46 zijn gebouwd in de jaren 1931 en 1932. Aan de gevels is sindsdien veel veranderd, maar op nr. 40 is bijvoorbeeld de oorspronkelijke voordeur nog te zien zijn. Ook is nog te zien dat boven de pakhuizen woningen waren. Deze woningen kwamen er op last van de gemeente. De Belcrumweg was de toegangsweg tot de woonwijk in de Belcrumpolder. Als er geen woningen waren, zou die er ’s avonds verlaten bijliggen en dat was niet zo prettig voor mensen die vanuit de stad nog naar huis moesten wandelen.
Maar het zegt ook iets over de kleinschaligheid van de handel in die tijd. Vergelijk de pandjes aan de Belcrumweg maar eens met de groothandels in groente en fruit op het industriegebied Heilaar-Steenakker bij Princenhage.
We lopen een stukje terug en steken de Belcrumweg over in de richting van de benzinepomp. Rechts van dit pompstation is de oprit die leidt naar de gebouwen van Nemijtek Vrieshuizen. De gebouwen hier dateren van na 1945. Voor die tijd was het praktisch niet mogelijk om grote hoeveelheden groente en fruit te koelen of in te vriezen. We zagen al dat de pakhuizen voor groente en fruit klein waren: de producten werden snel verkocht om opgegeten te worden, tot jam te worden verwerkt of te worden ingeblikt. Eind 1949 gaf de veiling opdracht aan de firma Linthorst uit Deventer om een koelhuis te bouwen. De installaties van Linthorst waren tijdens de oorlog verwoest. Herbouw in Deventer stuitte op bezwaren en daarom week het bedrijf uit naar Breda: hier bestond grote behoefte aan opslag van fruit. Duur hoefde de bouw niet te zijn: Linthorst had recht op compensatie voor de geleden oorlogsschade en kon tegen een zeer voordeling tarief machines uit Duitse fabrieken wegkopen.
Het interieur van het kantoor nam Linthorst zelf mee uit Deventer. Dat was gespaard gebleven en men vond het blijkbaar de moeite waard om dit in zijn geheel te verwerken in het nieuwe gebouw in Breda. Het is geen bijzonder kostbaar of kunstzinnig interieur, maar het geeft het bedrijf wel cachet. De huidige eigenaar, Nemijtek heeft het dan ook zorgvuldig in stand gehouden. Dit stukje geschiedenis laat de directie ook nu niet koud.
We verlaten het terrein van Nemijtek en lopen weer linksaf de Belcrumweg op. Als u vervolgens weer linksaf loopt, de Markkade op, kunt u een blik werpen op de fabriekshallen van de voormalige Machinefabriek Breda die aan de overkant liggen. Een monumentaal complex waar liefhebbers van industrieel erfgoed hun hart kunnen ophalen. Maar het is ook een monument voor de vele vaklui die hier tientallen jaren lang hoogwaardige producten vervaardigden.
U loopt vervolgens weer terug, langs het gebouw van Electron (ook een voormalig onderdeel van de Machinefabriek) en als u op het kruispunt komt ziet u de watertoren.
Kan niet missen: het is een markant punt. De architect, directeur van openbare werken van de gemeente Breda, P.A.H. Hornix, beschouwde het zelfs als één van zijn belangrijkste werken. Het gewapend beton waarvan de toren gebouwd is, liet hij bekleden met baksteen. Zijn ontwerp past dan ook in de traditie van de Amsterdamse school die in het begin van de twintigste eeuw een grote invloed had op de Nederlandse architectuur. Baksteen werd gebruikt als decoratie van het gebouw. De plaats waar de toren werd gebouwd, was zo gekozen dat “het silhouet van de toren geen afbreuk aan het algehele silhouet van de stad zal doen”.
Boven de ingang zien we een gedenksteen met daarop engel met lauwerkrans, Mozes die water uit de rots slaat, en verwijzingen naar de manier waarop men vroeger aan drinkwater kwam: een vrouw met een vaas die water haalt bij een put en een vrouw met juk en twee emmers bij een pomp. Verder zien we de gemeentewapens van Breda en van Oosterhout omdat in die gemeente, bij Dorst, het water werd opgepompt. Ook zien we een beeld van de H. Barbara, patrones van onder meer torens en brandweerlieden en natuurlijk van de stad Breda.
Binnen zijn hier tegenwoordig kantoren, maar toch is dit zowat de best bewaarde watertoren van Nederland. Ga maar eens kijken hoe Breda vroeger van water werd voorzien.
Als u de watertoren verlaat, kijkt u recht op het kantoor van de Machinefabriek Breda, voorheen Backer en Rueb: een van de voornaamste en meest innovatieve industrieën in Breda. Het bedrijf was ontstaan in het centrum van de stad, ongeveer bij het noordelijk gedeelte van de Markendaalseweg. In 1928 was een deel van de productie naar de Belcrumpolder overgebracht. Hier werden stoomketels gemaakt.
Het bedrijf had te lijden van de economische wereldcrisis die in 1930 ook Breda bereikte. Maar door nieuwe producten te ontwikkelen, zoals bruggen, liften en roltrappen en een van de eerste hoogrendements-verwarmingsketels, bleef de Machinefabriek aan de gang, al kostte dit moeite. In 1937 kon het tegen bijzonder gunstige voorwaarden een terrein van de gemeente kopen zodat er in de Belcrumpolder genoeg ruimte was om het hele bedrijf er te vestigen. Dat was natuurlijk veel efficiënter. Het oude terrein kon, ook weer tegen bijzonder gunstige voorwaarden, worden verkocht aan de gemeente die het nodig had om de Markendaalseweg te kunnen aanleggen. Ook het kantoor werd verplaatst naar de Speelhuislaan.
De voormalige fabriekshallen en het kantoor zijn niet toegankelijk. Maar beeldend kunstenares Hanneke Barendregt heeft er wel rond kunnen kijken. Voor de oude fabrieksgebouwen toont ze haar werken waarin ze haar visie geeft op de oude fabriek.
Voor meer informatie over industrieel erfgoed/havenkwartier zie site www.viabreda.nl/havenkwartier
Mede mogelijk gemaakt door subsidie en bijdrage van: Gemeente Breda, afdeling
cultuur / Gebouw F, bureau voor architectuur.
Met dank aan: Lode Havermans architecten / Nemijtek vrieshuizen B.V.
/ Soab, adviseurs voor woning en leefomgeving / Hanneke Barendregt, beeldend
kunstenaar / Stichting Cultuurbehoud Breda SCB / Brabants Industieel Erfgoed
BrIE Tekst: Jan Brouwers, Breda Vormgeving: Studio Bakers BNO, Breda
Stichting Cultuurbehoud Breda
Catharinastraat 23, 4811 XD Breda
Telefoon: 076 - 515 43 24
E-mail: info@cultuurbehoudbreda.nl
©TSTP